Bestaat een minilening zonder BKR? Ik legde het naast rood staan en de bank

Bestaat een minilening zonder BKR echt? Ik zet hem in tabellen naast rood staan en een lening bij de bank, en kijk vooral wat er na de vervaldag gebeurt als één lening een tweede nodig maakt.

Vergeleken door Ilse van Dam Bijgewerkt 9 oktober 2026 om 13:24 6 aanbieders vergeleken Gratis en vrijblijvend
Live data Prijzen en voorwaarden worden automatisch gecontroleerd bij alle 6 aanbieders · laatst geverifieerd 6/6 actief

Let op! Geld lenen kost geld

1

Swishfund

Zakelijke lening
Bedrag€ 5.000 – 500.000
Looptijd3 – 24 mnd.
JKPZie aanbieder
AanbiederZakelijke lening
Bekijk lening → Advertentielink
2

Bridgefund

Zakelijk krediet
Bedrag€ 5.000 – 250.000
Looptijd1 – 24 mnd.
JKPZie aanbieder
AanbiederZakelijk krediet
Bekijk lening → Advertentielink
3

Qeld

Zakelijke lening
Bedrag€ 5.000 – 250.000
Looptijd3 – 36 mnd.
JKPZie aanbieder
AanbiederZakelijke lening
Bekijk lening → Advertentielink
4

Saldodipje

Mini-krediet
Bedrag€ 100 – 1.500
Looptijdkort
JKPZie aanbieder
AanbiederMini-krediet
Bekijk lening → Advertentielink
5

Bondora

Persoonlijke lening
Bedrag€ 500 – 10.000
Looptijd3 – 60 mnd.
JKPZie aanbieder
AanbiederPersoonlijke lening
Bekijk lening → Advertentielink
6

Capitalbox

Zakelijke lening
Bedrag€ 3.000 – 350.000
Looptijd3 – 36 mnd.
JKPZie aanbieder
AanbiederZakelijke lening
Bekijk lening → Advertentielink

De lijst bevat advertentielinks. Volgorde en gegevens zijn indicatief, controleer altijd de actuele voorwaarden bij de aanbieder voordat je een aanvraag doet. Alle aanbieders op de lijst voeren een individuele kredietbeoordeling uit. Let op! Geld lenen kost geld.

Zet je drie routes naast elkaar op één vel papier: een minilening van een paar honderd euro, een paar weken rood staan bij je eigen bank en een gewone persoonlijke lening. Dan wordt duidelijk waarom een minilening zonder BKR zo vaak eindigt bij mensen die er niet één, maar drie tegelijk hebben lopen. Het bedrag is bijna nooit het probleem. Het probleem is de vervaldag na ongeveer dertig dagen, en de verleiding om die te halen met een tweede lening bij een andere aanbieder.

Eerst zoek ik uit wat "zonder BKR" in Nederland nog kan betekenen, want een kredietverstrekker met een vergunning van de AFM moet je kredietwaardigheid altijd toetsen. Daarna zet ik de drie vormen in kleine tabellen met steeds dezelfde vier kolommen: vorm, typische looptijd, wat het kost en wat er gebeurt als je een betaling mist. Wie ik ben en waarom ik alles eerst in een tabel giet, staat op de pagina over mij. Hier draait het om de cijfers en om het moment waarop de eerste lening een tweede nodig maakt.

Minilening zonder BKR bij een vergunde aanbieder: bestaat dat?

Ik begin met de teleurstelling, dan hebben we die gehad. Wie in Nederland krediet aanbiedt, heeft een vergunning van de AFM nodig (artikel 2:60 Wft). Een aanbieder met zo'n vergunning moet volgens artikel 4:34 Wft eerst informatie over je financiële situatie verzamelen en mag niet lenen als de lening onverantwoord is.

Daarnaast moet elke aanbieder volgens artikel 4:32 Wft aangesloten zijn bij een kredietregister, en in de praktijk is dat het BKR. Een minilening zonder BKR in de zin van "niemand kijkt mee" bestaat bij een vergunde aanbieder dus eenvoudigweg niet. Wat wel bestaat, is de behoefte aan een kleine lening op een avond waarop de rekeningen eerder binnenkwamen dan het salaris, en daarvoor zijn er gereguleerde opties waarbij het BKR gewoon wordt geraadpleegd.

Dat klinkt misschien streng, maar ik zie die toets vooral als de enige rem die je van buitenaf krijgt, en op een site over stapelen is een rem precies wat je wilt hebben. Wie online goedkeuring zonder controle of een gegarandeerd ja belooft, zegt daarmee vooral iets over zichzelf. Goedkeuring kan nooit vooraf worden gegarandeerd, en zo'n belofte is voor mij reden om de voorwaarden twee keer zo goed te lezen.

Toetsen en registreren: twee dingen die vaak door elkaar lopen

Waar een minilening zonder BKR wel een kern van waarheid bevat, is de registratie. In het BKR komen kredieten van meer dan 250 euro met een looptijd van langer dan een maand. Een minilening die na dertig dagen terug moet, valt daardoor vaak buiten die registratie.

De lening zelf wordt dan misschien niet zichtbaar voor de volgende aanbieder, maar jij wordt nog steeds gecontroleerd. Het raadplegen van je gegevens en het registreren van een nieuwe lening zijn namelijk twee verschillende handelingen.

Juist dat gat tussen raadplegen en registreren maakt stapelen mogelijk. Staat lening A van aanbieder één niet in het register, dan ziet aanbieder twee bij lening B alleen wat er wél geregistreerd is. Je situatie oogt op papier dan rustiger dan op je bankrekening. Op papier lijkt het klein, maar drie leningen die elkaar niet zien vormen samen een schuld waarvan niemand het totaal kent, behalve jijzelf.

Wat wel in het register komt, blijft er lang staan: tot vijf jaar nadat het krediet is afgelost, en dat geldt voor positieve én negatieve registraties. De Tweede Kamer nam op 12 februari 2026 de Wet stelsel kredietregistratie aan, die die termijn naar drie jaar wil terugbrengen. Die wet is nog niet in werking getreden. Wie ergens leest dat je "na drie jaar eraf" bent, krijgt dus een toekomstscenario als feit voorgeschoteld.

Na de invoering van CCD2: wat er verandert voor kleine leningen

De herziene Europese richtlijn voor consumentenkrediet, CCD2, geldt vanaf 20 november 2026. Nederland is met de invoering te laat, want de termijn liep tot 20 november 2025. Het Nederlandse wetsvoorstel heeft nummer 36 924 en werd op 1 april 2026 ingediend. Op 1 oktober 2026 lag het nog bij de Tweede Kamer, dus hoe de regels precies landen, staat nog niet vast.

Voor wie kleine leningen afsluit, staan er in dat voorstel een paar punten die het idee van een minilening zonder BKR verder uithollen:

  • raadpleging van het BKR en het CCBR wordt altijd verplicht, met een lichtere toets voor bedragen onder de 100 euro;
  • de uitzondering voor leningen korter dan drie maanden verdwijnt;
  • kortlopend krediet en achteraf betalen (BNPL) krijgen een vergunningplicht bij de AFM;
  • bij te laat betalen van BNPL mag een aanbieder maximaal 20 euro per herinnering en 60 euro per jaar rekenen;
  • krediet waar je niet om hebt gevraagd wordt verboden, net als krediet en BNPL aan minderjarigen.

Nuchter bekeken is dat een logische stap. Het gat waardoor een tweede en derde minilening onzichtbaar bleven, wordt kleiner zodra deze regels gelden. Wie een minilening zonder BKR overweegt, kan dat eerder als goed dan als slecht nieuws zien, ook al blijft de behoefte aan kleine leningen gewoon bestaan.

De tabellen: drie manieren om een gat van een paar honderd euro te dichten

Stel je een maand voor waarin de verzekering, de energierekening en een nieuwe maandkaart voor de trein allemaal vlak voor de salarisdatum vallen. Ineens ontbreken er een paar honderd euro. Dat is het moment waarop mensen gaan zoeken, en ook het moment waarop ik de drie routes het liefst naast elkaar zie.

VormTypische looptijdWat het kostWat er bij een gemiste betaling gebeurt
MinileningVaak 30 dagen, bedragen van ongeveer 100 – 1.800 euroValt onder het plafond van 12 % per jaar; Saldodipje noemt in zijn voorbeelden een JKP van 11,57 %Herinnering en aanmaningskosten, die ook onder het plafond meetellen; de vervaldag schuift niet vanzelf op
Rood staan bij je eigen bankDoorlopend, zolang de bank de ruimte toestaatDe debetrente van je bank, ook onder het plafond van 12 % per jaarDe bank kan de ruimte beperken of het tekort terugvragen; alles staat in je gewone rekeningoverzicht
Persoonlijke lening bij de bank (ABN AMRO als voorbeeld)12 – 144 maanden, vanaf 5.000 euroJKP 7,5 – 11,9 %Na een waarschuwing kan een achterstand van ongeveer twee maanden tot een A-code in het BKR leiden

Mijn conclusie na deze tabel: voor een gat van een paar honderd euro valt de persoonlijke lening af door de ondergrens. Dan blijft rood staan bij je eigen bank de rustigere route, omdat er geen harde vervaldag na dertig dagen op je wacht.

Naast de bank: wat een persoonlijke lening wel en niet doet

Ik kijk altijd ook naar de bank, ook als die op het eerste gezicht niet past. De vergelijking laat zien wat geld lenen kost als je het over een langere periode spreidt. Bij ABN AMRO loopt een persoonlijke lening van 5.000 tot 75.000 euro, met een looptijd van 12 tot 144 maanden en een JKP van 7,5 tot 11,9 %. Defam leende op 11 september 2026 tussen 5.000 en 100.000 euro uit, tegen een JKP van 7,1 tot 11,9 %.

Voor een kleiner bedrag kun je bij het peer-to-peerplatform Lender & Spender vanaf 2.500 euro lenen. Daar zie je het JKP pas na inloggen, dus ik zou eerst je persoonlijke voorbeeld bekijken. Voor de lener werkt zo'n platform als een gewone persoonlijke lening, met dezelfde regels, ook al financieren investeerders het geld.

Bij de grote aanbieders is het JKP gelijk aan de debetrente. Het JKP is het getal waarop ik leningen tegen elkaar afweeg, omdat er alle jaarlijkse kosten in zitten en niet alleen de rente die in een advertentie het grootst staat.

Wat de tabel niet zegt, wil ik er wel bij zeggen. Een persoonlijke lening is een ander product dan een minilening: je krijgt het hele bedrag in één keer en betaalt jarenlang een vast maandbedrag. Een tekort dat elke maand terugkomt, verdwijnt daar niet door. Hooguit wordt het een vaste maandlast die er de komende jaren bij komt.

Rood staan tegenover een minilening: het verschil zit in het ritme

Rood staan tegenover een minilening: de percentages liggen niet ver uit elkaar, want beide vallen onder hetzelfde wettelijke plafond. Het ritme is wel totaal anders. Bij rood staan betaal je rente over het bedrag dat je echt tekortkomt, zolang je het tekortkomt. Een minilening vraagt een vast bedrag op een vaste dag terug, ook als je salaris die maand een paar dagen later binnenkomt dan je hoopte.

Rood staan zie je bovendien in het rekeningoverzicht waar je toch al elke week naar kijkt, meestal in de trein tussen twee stations. Een minilening bij een andere partij is een losse app of mail die je pas weer opmerkt als de herinnering binnenkomt. Ik zou hier rood staan verkiezen als je bank die ruimte al aanbiedt, en als je de limiet echt als plafond behandelt en niet als tweede salaris.

Eén kanttekening, omdat ze vaak in hetzelfde rijtje staan: rood staan is iets anders dan een doorlopend krediet. Dat doorlopend krediet bieden de grote banken nieuwe klanten vrijwel niet meer aan; Rabobank stopte ermee op 1 december 2020. Staat ergens dat je het bij een grote bank kunt aanvragen, dan is die tekst verouderd.

Drie maanden later: hoe één minilening er drie worden

Om deze tabel gaat het mij eigenlijk, en ik heb hem bewust eenvoudig gehouden. Er is een tekort van 300 euro dat elke maand terugkomt, omdat vaste lasten en inkomen net niet op elkaar aansluiten. De aanbieder rekent het wettelijke maximum van 12 % per jaar, ongeveer 1 % per maand. Het is een rekenvoorbeeld met afgeronde bedragen en geen aanbod; echte aanbiedingen kunnen lager uitvallen.

In maand twee betaal je lening A met je salaris terug. Het tekort van 300 euro is er dan alleen opnieuw, dus heb je 303 plus 300 euro nodig. Zo groeit elke volgende lening met het bedrag van de vorige plus het nieuwe gat.

VormTypische looptijdWat het kostWat er bij een gemiste betaling gebeurt
Maand 1: minilening A van 300 euro30 dagenOngeveer 3 euro, terug te betalen 303 euroHet salaris dekt 303 euro niet zonder dat er opnieuw 300 euro ontbreekt, dus volgt lening B
Maand 2: minilening B van 603 euro, bij een andere aanbieder30 dagenOngeveer 6 euro, terug te betalen 609 euroLening A is keurig afgelost, maar de schuld is verdubbeld; lening C volgt
Maand 3: minilening C van 909 euro30 dagenOngeveer 9 euro, terug te betalen 918 euroWie deze vervaldag mist, heeft 918 euro open plus aanmaningskosten
Naast de bank: drie maanden rood staan met hetzelfde gatDoorlopendBij hetzelfde plafond samen ongeveer 18 euro over 300, 600 en 900 euroJe limiet stopt de groei bij het bedrag dat de bank toestaat

Mijn conclusie: de rente is in dit voorbeeld niet de boosdoener, want beide routes kosten over drie maanden ongeveer 18 euro. De echte boosdoener is de schuld. Die groeit van 300 naar 918 euro zonder dat er ooit één betaling te laat was.

Wie het voorbeeld doortrekt, ziet waar het kantelt. In maand vier wordt de lening 1.218 euro en in maand vijf 1.530 euro. Rond maand zes is er ongeveer 1.845 euro nodig, en dat past niet meer in één minilening, die doorgaans tot 1.800 euro gaat. Vanaf dat moment staan er letterlijk twee naast elkaar, met twee vervaldagen in dezelfde maand.

De tweede lening: het moment dat ik het liefst zou tegenhouden

Lening B voelt op de dag zelf als een oplossing. Je betaalt A op tijd terug en hebt het gevoel dat je je afspraak bent nagekomen. Maar je hebt de schuld alleen verplaatst naar een andere aanbieder, en die ziet lening A vaak niet als die nooit geregistreerd werd. Dat is doorrollen, en het verraderlijke is dat je administratie er correct uitziet terwijl je saldo de verkeerde kant op gaat.

Er is ook een variant zonder doorrollen: bij drie aanbieders tegelijk een klein bedrag lenen, met drie vervaldagen die over de maand verspreid liggen. Dan ben je bijna elke week ergens iets verschuldigd. Elke aanbieder kent alleen zijn eigen stukje, en het totaal heb je alleen in je hoofd. Juist in een maand vol geldstress is dat de plek waar overzicht het eerst verdwijnt.

Mijn conclusie voor deze paragraaf: zodra je een minilening afsluit om een andere minilening te betalen, is het geen noodgreep meer maar een patroon. Een volgende lening kost dan meer dan de rente die in de tabel staat.

De vervaldag: waarom die bij mij zwaarder telt dan de rente

Voor alle duidelijkheid eerst het plafond. De maximale kredietvergoeding is sinds 1 januari 2026 12 % per jaar: de wettelijke rente van 4 % plus een opslag van 8 procentpunt. In 2025 lag het plafond op 14 %, omdat de wettelijke rente toen 6 % was. Wie nog "wettelijke rente plus 12 %" leest, kijkt naar een formule die sinds de verlaging van de opslag in 2020 niet meer geldt; die verlaging werd per 1 juli 2022 permanent.

Dat plafond, vastgelegd in artikel 7:76 BW, artikel 4:35 Wft en het Besluit kredietvergoeding, geldt voor al het consumentenkrediet. Dus ook voor rood staan en voor wat de AFM flitskrediet noemt. Rente, aanmaningskosten en een verplichte borgstelling tellen allemaal mee.

De wettelijke rente kan per 1 januari en per 1 juli veranderen, en het plafond beweegt dan automatisch mee. Per 1 juli 2026 bleef de rente gelijk. Sommige pagina's van de AFM zelf tonen overigens nog het oude getal van 14 %. Zie je dat ergens staan, dan is dat een verouderde stand en geen ruimte die een aanbieder mag gebruiken.

Waarom telt de vervaldag bij mij dan toch zwaarder? Omdat een gemiste betaling bij een kleine lening iets in gang zet dat veel groter is dan de rente. Je krijgt aanmaningen, je mist er misschien nog een, en vooral groeit de druk om het gat met een volgende lening te dichten. De rente over dertig dagen is een paar euro. De gevolgen van één gemiste dag kunnen maanden doorwerken.

Wat een gemiste betaling in het BKR kan betekenen

Een lening die wel geregistreerd is, kan na een achterstand een bijzonderheidscode krijgen. Die blijft net als de lening zelf zichtbaar tot vijf jaar na aflossing. De officiële codelijst van het BKR heb ik niet zelf kunnen inzien. Volgens de gangbare uitleg werken de codes zo:

  • A: een betalingsachterstand, meestal na ongeveer twee maanden bij een lening met vaste looptijd en na ongeveer drie maanden bij een doorlopend krediet of creditcard, en altijd pas na een waarschuwing;
  • H: de achterstand is ingelopen;
  • 1 tot en met 5: van een betalingsregeling (1) via opeising (2), afschrijving (3) en onvindbaarheid van de lener (4) tot een preventieve regeling (5);
  • SH en SK: schuldhulp en een saneringskrediet.

Voor een minilening van dertig dagen die nooit geregistreerd werd, verschijnt zo'n code meestal niet. Dat vind ik geen geruststelling. Juist omdat er geen register meekijkt, ligt de rem helemaal bij jou. Het geld moet hoe dan ook terug, en wie het niet heeft, zoekt het vaak bij de volgende aanbieder.

Er is ook een vooruitblik. Wie over een paar jaar een grotere lening nodig heeft, wordt beoordeeld op alles wat er dan in het register staat. Een A-code op een lening die je ooit naast een stapel minileningen moest aflossen, kan dan precies op het verkeerde moment opduiken.

Buitenlandse aanbieders: waar het plafond minder stevig staat

Een kredietverstrekker met een vergunning in een ander EU-land mag via een Europees paspoort ook aan Nederlanders lenen. Op de markt voor kleine bedragen zie je dat terug: Saldodipje, dat leningen van ongeveer 100 tot 1.800 euro aanbiedt, is een grensoverschrijdende aanbieder. Onder welk toezicht zo'n aanbieder precies valt en wat de totale kosten zijn, moet je zelf in de voorwaarden nakijken.

Waarom ik daar zo op hamer: kosten boven het plafond zijn verboden voor Nederlandse aanbieders. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde op 28 januari 2025 (ECLI:NL:CBB:2025:26) echter dat de AFM niet kan optreden tegen een Spaanse aanbieder van flitskrediet die onder Spaans toezicht staat. De Nederlandse Regeling aanpak flitskrediet is daardoor niet bindend.

VormTypische looptijdWat het kostWat er bij een gemiste betaling gebeurt
Minilening bij een Nederlandse aanbieder met AFM-vergunningVaak 30 dagenMaximaal 12 % per jaar, inclusief aanmaningskostenAanmaning onder Nederlandse regels; de AFM kan optreden als kosten het plafond overschrijden
Minilening bij een aanbieder onder buitenlands toezichtVaak 30 dagenLees het JKP en de totale kosten in het voorbeeld van de aanbieder zelfDe AFM kan niet altijd ingrijpen; je bent afhankelijk van de toezichthouder in het land van herkomst
Rood staan bij je eigen Nederlandse bankDoorlopendDebetrente onder het plafond van 12 % per jaarDe bank kan de ruimte beperken of opeisen, onder Nederlands toezicht

Mijn conclusie na deze tabel: bij een aanbieder onder buitenlands toezicht reken ik nooit op het Nederlandse plafond als vangnet. Ik lees eerst het voorbeeld met de totale kosten, en is dat niet helder, dan kijk ik eerst bij mijn eigen bank.

Het woord flitskrediet gebruik ik bewust alleen als waarschuwing. Het is de term van de AFM voor kortlopende leningen met een laag bedrag, en die stonden historisch bekend om te hoge kosten. Een minilening en een flitskrediet overlappen grotendeels. Het verschil zit vooral in de klank, niet in het product.

Een praktisch punt: de naam van een aanbieder of tussenpersoon kun je opzoeken in het openbare register van de AFM. Ook een bemiddelaar, zoals Krediet.nl of Geldshop, heeft een AFM-vergunning nodig, al leent zo'n partij zelf niets uit. Kom je de naam nergens tegen, dan is dat voor mij een reden om te stoppen.

Hulp bij stapelen: wat ik zou doen als er al twee lopen

Lees je dit met twee of drie leningen open, dan wil ik eerst iets zeggen dat in geen enkele tabel past. Dat het later is dan je had gewild, betekent niet dat het te laat is. Hoe eerder je ingrijpt, hoe meer mogelijkheden er nog zijn, en meestal kost het minder dan wachten tot de aanmaningen zich opstapelen.

Eerst: geen nieuwe lening om een oude te betalen

Het moeilijkste is ook het belangrijkste: stoppen met bijlenen, ook als de vervaldag van lening B over drie dagen valt. Zolang lening C bestaat om B te betalen, groeit de stapel verder, zoals de tabel hierboven liet zien. Elke nieuwe ronde maakt het latere plan ingewikkelder. Een streep trekken voelt die week ongemakkelijk, maar het is de enige stap die de groei echt stopt.

Het overzicht: één lijst met alles wat openstaat

Maak de optelsom die niemand anders voor je maakt. Zet elke lening onder elkaar, het liefst op één A4'tje dat je op de koelkast hangt, met:

  • de naam van de aanbieder en het openstaande bedrag;
  • de vervaldag of de datum van de volgende termijn;
  • de kosten die er bij een achterstand bij komen;
  • of de lening in het BKR staat of niet.

Veel mensen schrikken als ze het totaal voor het eerst zwart op wit zien. Die schrik is precies de correctie die je hoofd nodig heeft na maanden van losse, kleine bedragen.

De gemeente: schuldhulp zonder kosten

Elke gemeente biedt gratis schuldhulpverlening. Die kun je inschakelen voordat er achterstanden zijn, niet pas als ze er al zijn. Hoe eerder je aanklopt, hoe meer er met schuldeisers te regelen valt en hoe kleiner de kans dat je situatie uit de hand loopt.

Er is ook een registerkant. Een schuldhulptraject kan een SH- of SK-code opleveren. Volgens berichtgeving van de NOS wordt een registratie sinds 2025 zes maanden na een geslaagd afgerond gemeentelijk schuldhulptraject verwijderd, in plaats van na de gebruikelijke vijf jaar. Dat vind ik een reden te meer om die hulp niet uit trots voor je uit te schuiven.

Je rechten als lener: bedenktijd en eerder aflossen

Na het afsluiten van een lening heb je 14 kalenderdagen om zonder opgave van reden terug te treden (artikel 7:66 BW). Bij stapelen is dat een handig venster: was lening C eigenlijk een paniekreactie op een herinnering van lening B, dan kun je binnen die termijn nog terug.

Eerder aflossen mag altijd (artikel 7:68 BW). Bij een vaste rente mag de aanbieder hooguit 0,5 % van het vervroegd afgeloste bedrag vragen als de resterende looptijd maximaal een jaar is, en 1 % bij een langere resterende looptijd. Een voorbeeld: los je 1.000 euro vervroegd af met nog meer dan een jaar te gaan, dan is dat maximaal 10 euro. Boetevrij aflossen is beleid van sommige aanbieders, geen wettelijke plicht.

Voordat je tekent: vijf punten die ik naast de tabel leg

Besluit je na het lezen van de tabellen toch een minilening aan te vragen, dan wil ik dat je het doet met dezelfde blik waarmee ik ze vergelijk, dus eerst kijken wat er na de vervaldag gebeurt en pas daarna naar de rente. Deze vijf punten controleer ik voor mezelf voordat ik ergens mijn handtekening zet:

  1. Of het tekort eenmalig is of volgende maand terugkomt, zoals in de tabel over drie maanden.
  2. Of er nog een andere lening loopt die niet volledig is afgelost.
  3. Uit welk geld ik op de vervaldag terugbetaal, zonder dat er daarna opnieuw een gat ontstaat.
  4. Of mijn eigen bank rood staan toestaat, en of ik die route echt naast deze lening heb gelegd.
  5. Of de aanbieder in het register van de AFM staat en de totale kosten in een voorbeeld staan dat ik begrijp.

Komt het tekort elke maand terug, dan is een lening voor mij geen antwoord, want ze verschuift het gat alleen naar de maand erna, met een paar euro kosten en een nieuwe vervaldag erbovenop.

Let ook op de toon van wie je het geld aanbiedt. Reclame voor krediet mag volgens artikel 53 lid 9 sub a BGfo niet benadrukken hoe snel of gemakkelijk je krediet krijgt. Een pagina die daar juist mee schermt, houdt zich dus niet aan de regels die voor iedereen gelden.

Lenen kan pas vanaf 18 jaar. Minderjarigen zijn wettelijk niet handelingsbekwaam (artikel 1:234 BW), en elke aanbieder die iets anders suggereert, kun je overslaan.

Wie aanbieders in de lijst hierboven bekijkt, vergelijkt het best op drie dingen: het JKP, de looptijd, en wat er staat over aanmaningskosten en een gemiste betaling. Dat laatste lezen de meeste mensen als laatste, terwijl ik het als eerste opzoek. Is iets onduidelijk of klopt een cijfer op deze pagina niet meer, dan hoor ik het graag via het contactformulier.

Eindstand: drie vormen, één advies

VormTypische looptijdWat het kostWat er bij een gemiste betaling gebeurt
MinileningVaak 30 dagenMaximaal 12 % per jaar, ongeveer 3 euro op 300 euro per maandAanmaning, en vaak de verleiding van een tweede lening
Rood staan bij je eigen bankDoorlopendDebetrente onder hetzelfde plafondDe bank beperkt of vraagt terug, en je ziet het in je eigen overzicht
Persoonlijke lening bij de bank12 – 144 maanden, vanaf 5.000 euro (ABN AMRO)JKP 7,5 – 11,9 % (ABN AMRO)Na een waarschuwing mogelijk een A-code, vijf jaar zichtbaar na aflossing

Mijn advies: kies voor een eenmalig gat van een paar honderd euro het rood staan bij je eigen bank als dat kan. Komt het gat elke maand terug, dan hoort het bij de schuldhulp van je gemeente en niet bij een tweede minilening.

Verder lezen? Lees of geld lenen binnen 10 minuten echt kan, of bekijk wat er geldt voor een klein bedrag lenen zonder BKR.